← Inhoudsopgave

Werkwoorden · toets

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 4

Beantwoord alle 12 vragen en lever in. Geen hints, geen tussentijdse feedback — net als bij een echte overhoring.

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets
Vraag 1

to blow (blazen / waaien)

Vraag 2

to draw (tekenen)

Vraag 3

to shake (schudden)

Vraag 4

to swear (zweren / vloeken)

Vraag 5

to shrink (krimpen)

Vraag 6

to sink (zinken)

Vraag 7

to drive (rijden (auto))

Vraag 8

to ride (rijden (fiets/paard))

Vraag 9

to freeze (bevriezen)

Vraag 10

to wake (wakker worden)

Vraag 11

to fall (vallen)

Vraag 12

to forgive (vergeven)

Je antwoorden worden nagekeken op de server.