In de bedrijvende vorm (active) doet het onderwerp de handeling: 'The dog ate the cake.' Het onderwerp (the dog) is de dader.
In de lijdende vorm (passive) ondergaat het onderwerp de handeling: 'The cake was eaten.' Nu is het onderwerp (the cake) niet de dader.
Vorm
lijdende vorm = vorm van 'to be' + voltooid deelwoord
Hoe herken je passief?
Zoek een vorm van to be (is, are, was, were, been, being) + een voltooid deelwoord.
- is built
- was eaten
- has been sent
- is being made
De dader: by ...
Als de dader genoemd wordt, staat die achter by.
- The cake was eaten by the dog.
Let op Niet elke 'to be' is passief: 'She is happy' is actief (geen deelwoord).