Bij de lijdende vorm gaan vaak dezelfde dingen mis. Alleen werkwoorden met een lijdend voorwerp (overgankelijk) kunnen passief.
Geen passive bij intransitieve werkwoorden
die hebben geen lijdend voorwerp.
- She died. (niet: was died)
- It happened. (niet: was happened)
Geboorte: was / were born
- He was born in 2010. (niet: is born)
be + voltooid deelwoord
Niet de verleden tijd!
- It was stolen. (niet: was stole)
- It was broken. (niet: was break)
Let op Toestandswerkwoorden (suit, fit) gebruik je ook niet in de lijdende vorm.