← Inhoudsopgave

Lijdende vorm · uitleg

Lijdende vorm — veelgemaakte fouten

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Bij de lijdende vorm gaan vaak dezelfde dingen mis. Alleen werkwoorden met een lijdend voorwerp (overgankelijk) kunnen passief.

Geen passive bij intransitieve werkwoorden

die hebben geen lijdend voorwerp.

  • She died. (niet: was died)
  • It happened. (niet: was happened)

Geboorte: was / were born

  • He was born in 2010. (niet: is born)

be + voltooid deelwoord

Niet de verleden tijd!

  • It was stolen. (niet: was stole)
  • It was broken. (niet: was break)

Let op Toestandswerkwoorden (suit, fit) gebruik je ook niet in de lijdende vorm.