← Inhoudsopgave

Lijdende vorm · oefenmodus

Past Simple Passive

De past simple passive maak je met was / were + voltooid deelwoord. Gebruik 'was' bij enkelvoud en 'were' bij meervoud. Vul de juiste vorm in. Lees eerst de uitleg →

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

0 / gekend