← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Past Simple — verhaaltjes

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

In een verhaal over het verleden staat alles in de past simple. Vul elk werkwoord (tussen haakjes als hint) in de juiste verleden tijd in.

Lees steeds de hele zin, zodat je de juiste vorm kiest — en let op de onregelmatige werkwoorden.

Vorm regelmatig: + -ed · onregelmatig: 2e vorm (go → went)

Alles in past simple

Zowel regelmatige (-ed) als onregelmatige werkwoorden.

  • We went to town.
  • It started to rain.
  • We had a great day.

to be: was / were

Ook 'to be' krijgt zijn verleden vorm.

  • The weather was lovely.
  • They were happy.

Let op Het hele verhaaltje moet kloppen — lees rustig na voor je controleert.