In een verhaal over het verleden staat alles in de past simple. Vul elk werkwoord (tussen haakjes als hint) in de juiste verleden tijd in.
Lees steeds de hele zin, zodat je de juiste vorm kiest — en let op de onregelmatige werkwoorden.
Vorm
regelmatig: + -ed · onregelmatig: 2e vorm (go → went)
Alles in past simple
Zowel regelmatige (-ed) als onregelmatige werkwoorden.
- We went to town.
- It started to rain.
- We had a great day.
to be: was / were
Ook 'to be' krijgt zijn verleden vorm.
- The weather was lovely.
- They were happy.
Let op Het hele verhaaltje moet kloppen — lees rustig na voor je controleert.