De past simple gebruik je voor afgesloten gebeurtenissen in het verleden, vaak met yesterday, ago, last week of in 2020.
Regelmatige werkwoorden krijgen -ed. Onregelmatige werkwoorden hebben een eigen vorm (de tweede rij: go → went). De vorm is voor alle personen gelijk.
Vorm
regelmatig: werkwoord + -ed · onregelmatig: 2e vorm (go → went)
Regelmatig + -ed
Let op de spelling: stop → stopped, study → studied.
- I played
- she watched
- they studied
Onregelmatig
Eigen vorm — leren!
- go → went
- see → saw
- have → had
to be: was / were
I/he/she/it was; you/we/they were.
- I was tired.
- They were happy.
Let op De past simple is voor iedereen gelijk: I went, she went, they went (geen -s).