Gebruik de present simple passive voor feiten, gewoontes en algemene waarheden in de tegenwoordige tijd.
Kies 'is' bij een enkelvoudig onderwerp en 'are' bij een meervoudig onderwerp.
Vorm
is / are + voltooid deelwoord
Enkelvoud → is
- Rice is grown in Asia.
- English is spoken here.
Meervoud → are
- These cars are made in Japan.
- The rooms are cleaned daily.
Van actief naar passief
- Active: People speak English.
- Passive: English is spoken.
Let op Ken het deelwoord van onregelmatige werkwoorden: speak → spoken, make → made.