← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Voorzetsels van tijd

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

in, on en at voor tijd — van groot naar klein.

in

maand, jaar, seizoen, deel van de dag.

  • in June
  • in 2026
  • in the morning

on

dag of datum.

  • on Monday
  • on 25 December

at

kloktijd en 'night'.

  • at 3 o'clock
  • at night

Let op in the morning, maar at night.