← Inhoudsopgave

Woordenschat · leerlijst

Woordenschat — Familie

  1. 1Leerlijst
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Vertaal naar het Engels. Een lidwoord mag je weglaten.

Leerlijst — Nederlands → Engels

de moeder
mother / mum / mom
de vader
father / dad
de zus
sister
de broer
brother
de ouders
parents
de oma
grandmother / grandma / granny
de opa
grandfather / grandpa / granddad
de tante
aunt
de oom
uncle
het kind
child
de dochter
daughter
de zoon
son
de baby
baby
de man (echtgenoot)
husband
de vrouw (echtgenote)
wife
de neef
cousin / nephew
de buurman / buurvrouw
neighbour / neighbor
getrouwd
married
de tweeling
twins

Zo leer je Dek de Engelse kant af en overhoor jezelf. Ga daarna oefenen en herhaal de woorden die fout gingen — let op de spelling.